Wie moeite heeft om rond te komen, verwacht steun van zijn
gemeente. Geen luxe, maar een vangnet. Toch blijkt dat in Flevoland en Eemland
die steun sterk verschilt per woonplaats. Dat zien wij niet alleen terug in
regels en beleid, maar horen we ook van onze eigen leden. En eerlijk gezegd:
dat zit ons niet lekker.
Samen met onze kaderleden hebben wij het gemeentelijk
minimabeleid in onze regio onderzocht en FNV-leden gevraagd naar hun
ervaringen. Wij hebben in de regio Flevoland en Eemland honderden FNV-leden een enquête gestuurd,
waarvan een groot aantal de moeite heeft genomen deze in te vullen en aan ons
terug te sturen.
Wat daaruit naar voren komt, is dat mensen met dezelfde
problemen heel verschillend worden behandeld. Niet omdat hun situatie anders
is, maar omdat zij in een andere gemeente wonen.
Grote verschillen, grote gevolgen
De verschillen zijn fors. In de ene gemeente kun je bij een
inkomen tot 140 procent van het sociaal minimum aanspraak maken op
ondersteuning, terwijl dit in een andere gemeente al ophoudt bij 100 procent.
De individuele inkomenstoeslag verschilt soms honderden euro’s per jaar. Ook de
voorwaarden lopen uiteen: sommige gemeenten hanteren drie jaar, andere vijf
jaar voordat mensen recht hebben op ondersteuning.
Voor mensen die elke maand moeten rekenen of zij het redden,
voelt dit als willekeur. En dat is het ook. Wie pech heeft vanwege zijn
postcode, staat simpelweg op achterstand.
Werkenden tussen wal en schip
Wat ons vooral zorgen baart, is dat juist werkenden met een
laag inkomen steeds vaker tussen wal en schip vallen. Zij verdienen net te veel
voor veel regelingen, maar te weinig om de stijgende kosten van onder andere
wonen, energie en zorg op te vangen. In onze enquête zien we dat werkenden in
de regio vaker ontevreden zijn over de ondersteuning dan gepensioneerden.
Dat is een serieus signaal. Werken moet lonen, maar voor
steeds meer mensen lukt dat niet meer. Als je werkt en toch niet rondkomt, zou
je juist op steun moeten kunnen rekenen.
Chronisch ziek zijn is geen keuze
Ook de positie van chronisch zieken en mensen met een
beperking vraagt aandacht. In meerdere gemeenten bestaat geen vaste regeling om
extra kosten te compenseren. Denk aan het eigen risico in de zorg,
Wmo-bijdragen en andere noodzakelijke uitgaven.
Ziek zijn is geen keuze. Toch worden mensen hier financieel
op afgerekend. Dat vinden wij niet rechtvaardig.
Te ingewikkeld, te ver weg
Daarnaast zien we dat veel mensen de weg naar ondersteuning
niet weten te vinden. Slechts een kwart van de FNV-leden kent de sociale kaart
van de gemeente. Een derde weet niet waar hij of zij moet aankloppen voor hulp.
Landelijk onderzoek laat zien dat een groot deel van de mensen die recht heeft
op ondersteuning, die hulp in de praktijk nooit bereikt.
Voor relatief kleine bedragen moeten mensen soms hun hele
financiële situatie blootleggen, met formulieren, bewijsstukken en controles.
Die bureaucratie schrikt af en zorgt ervoor dat juist de mensen die het hardst
hulp nodig hebben, afhaken. Schaamte, ingewikkelde regels, beperkte digitale
vaardigheden en verschillende loketten versterken dat effect.
Het kan anders
We zien ook betrokken ambtenaren en positieve voorbeelden.
Maar het geheel is te versnipperd en te ongelijk. Daarom doen wij een
duidelijke oproep aan gemeenten in Flevoland en Eemland:
- Zorg
voor meer gelijkheid tussen gemeenten en hanteer ruimere inkomensgrenzen.
- Bescherm
chronisch zieken en mantelzorgers beter tegen onvermijdelijke kosten.
- Maak
het beleid simpeler en toegankelijker, met één loket en automatische
toekenning waar dat kan.
Bestaanszekerheid mag geen kwestie van geluk of postcode
zijn. Als lokale FNV-bestuurders blijven wij dit gesprek voeren, namens onze
leden én alle inwoners die elke maand opnieuw moeten zien rond te komen.