Advies: meer regionale benadering cultuuraanbod

Foto: Provincie Utrecht

Zorg voor een betere geografische spreiding van het cultuuraanbod en kijk meer naar de functie en kwaliteiten die culturele instellingen in de regio hebben. Inventariseer in samenwerking met provincies, gemeenten en de cultuursector per regio wat nodig is aan cultuuraanbod en de bijbehorende middelen.

Die aanbevelingen geven het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten mee aan de nieuwe cultuurminister Ingrid van Engelshoven als input voor het nieuwe Rijkscultuurbeleid dat vanaf 2021 moet ingaan. De aanbevelingen van provincies en gemeenten sluiten aan bij de recent uitgebrachte verkenning van de Raad voor Cultuur.

Spreiding rijkscultuurmiddelen
De onevenwichtige spreiding van de Rijkscultuurmiddelen is al langer een doorn in het oog van provincies en gemeenten. Bij de verdeling wordt vooral gekeken naar de artistieke kwaliteit van instellingen binnen een sector. Het gevolg is dat het geld vooral naar de topinstellingen in de grote steden in het westen gaat en het aanbod in andere regio’s verschraalt. In deze  steden wonen ook veel meer mensen, maar de huidige verhoudingen zijn wel heel erg scheef.

Zo besteedt het Rijk 0,80 euro per Drent en 41 euro per inwoner van Noord-Holland aan cultuursubsidie. Provincies en gemeenten zijn van mening dat iedereen recht heeft op een goed cultuuraanbod en een passende infrastructuur voor cultuurparticipatie, ongeacht waar je woont. Ook in het nieuwe regeerakkoord wordt het belang van gelijke toegankelijkheid van cultuur onderstreept.

De decentrale overheden pleiten in hun advies aan de minister ook voor een zogenaamde ‘ketenbenadering’, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de artistieke waarde van de individuele instellingen, maar ook naar de samenhang en betekenis voor de regio.

Bron: provincie Utrecht

Reacties